Kennisdag Waterlinies: de waterlinies door buitenlandse ogen
Op vrijdag 18 september kwamen betrokkenen en belangstellenden samen op het Fort aan de Buursteeg, tussen Renswoude en Veenendaal. De Kennisdag Waterlinies vond dit jaar voor het eerst plaats in de Grebbelinie.
Sinds 2022 is de Kennisdag Waterlinies een moment om kennis te delen en van elkaar te leren. Deelnemers uit de Zuiderwaterlinie, de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Grebbelinie en de Stelling van Amsterdam kwamen samen rond het thema ‘De waterlinies door buitenlandse ogen’.
Hoe keken buitenlandse mogendheden naar de Nederlandse waterlinies? En hoe kijken buitenlandse toeristen tegenwoordig naar ons erfgoed? Dagvoorzitter Bert Rietberg introduceerde deze vragen, waarna drie sprekers ons verdiepend meenamen in het onderwerp.
Waarom eigenlijk inunderen?
Jeroen van der Werf vertelde over de aanleg van de waterlinie rond Naarden. Dat was geen eenvoudige opgave. Het gebied moest geschikt worden gemaakt voor militaire inundaties, maar de ligging op de Utrechtse Heuvelrug zorgde voor de nodige problemen.
Toen Nederland aan het begin van de 19e eeuw onder Frans bestuur kwam, keken Franse militairen hier anders naar. Waarom moest het land eigenlijk onder water? Waarom kon Naarden geen landvesting worden? Jeroen vatte het mooi samen: ‘Inunderen, je kan het ook niet doen.’
Onderzoek naar de Pantherstellung
Leo van Midden vertelde over de Pantherstellung, een Duitse verdedigingslinie uit het einde van 1944 en begin 1945. Grote delen van de Grebbelinie werden onderdeel van deze linie.
De Duitsers maakten gebruik van de bestaande inrichting van de Grebbelinie, maar voegden ook nieuwe verdedigingswerken toe. Zoals de Duitse Kochbunkers: kleine eenmansbunkers met een betonnen deksel. Drie daarvan zijn te zien op het terrein van Fort aan de Buursteeg.
Leo stelde ook een interessante vraag: wat gebeurt er met een historisch verhaal wanneer we militair erfgoed restaureren en opnieuw presenteren? Vertellen we het verleden dan beter, of creëren we misschien een situatie die er vroeger nooit is geweest?
Hoe kijken Duitse toeristen naar Nederland?
Martin Pohl richtte de blik op het heden. Hij vertelde over Duitse toeristen in Nederland. Jaarlijks komen zo’n 8 miljoen individuele Duitse bezoekers naar Nederland. Ze wandelen en fietsen graag en zijn geïnteresseerd in watersport. Dat biedt kansen voor de waterlinies.
Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de taal. Duitse toeristen lezen graag informatie in het Duits en worden ook het liefst in het Duits te woord gestaan. In de waterlinies en vestingsteden is daar nog winst te behalen.
Een Grolse muts als bedankje
Na de presentaties kregen de sprekers traditiegetrouw een ludiek cadeau, overhandigd door Sander Enderink. Dit jaar was dat een Grolse muts. Deze moderne variant is gebaseerd op de eeuwenoude Grolse wanten. De wanten zijn officieel Immaterieel Erfgoed. In het patroon zijn de vestingwerken en dubbele gracht van Groenlo te zien.
Rondleiding: Het Fort aan de Buursteeg
Een gids van het Bezoekerscentrum Grebbelinie vertelde over de rol van het fort. Het stamt uit 1786, maar doet tegenwoordig vooral denken aan de Tweede Wereldoorlog. Naast Nederlandse kazematten en loopgraven zijn er een grote Duitse bunker en drie Kochbunkers te zien.
Tijdens de wandeling vlogen verschillende militaire toestellen laag over het fort. Vermoedelijk deden zij mee aan de internationale luchtlandingsoefening Falcon Leap van 11 Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke Landmacht.
Samen verder praten
Sessie 1: Bereiken buitenlandse toeristen
Na de presentaties gingen de deelnemers in twee rondes met elkaar in gesprek. Een van de onderwerpen was het bereiken van buitenlandse toeristen. Een belangrijke conclusie: zij reizen zelden speciaal voor militair erfgoed. Veel vaker komen ze toevallig op een plek in een waterlinie terecht, bijvoorbeeld tijdens een fiets- of wandeltocht.
Daar liggen kansen. Door samen te werken met lokale accommodaties en destination management organisations (DMO’s) kunnen we bezoekers naar de waterlinies wijzen. Vervolgens is het belangrijk om hen goed te bedienen, bij voorkeur in hun eigen taal. Ook het referentiekader van bezoekers speelt daarbij een rol. Zo weten buitenlandse toeristen meestal niet wat er tijdens de ‘meidagen van 1940’ in Nederland gebeurde, terwijl de term ‘Hanzestad’ in Duitsland wel bekend is.
Sessie 2: Bezoekmoeheid
In een andere sessie ging het over ‘bezoekmoeheid’, verschillende doelgroepen en generaties en de vraag hoe we mensen op een interactieve manier kennis kunnen laten maken met het verhaal van de waterlinies. Aan tafel zaten verschillende generaties, van studenten geschiedenis tot 80-plussers.
Ook het spanningsveld tussen historische kennis en toegankelijke informatie kwam aan bod. Hoeveel informatie bied je aan en hoe zorg je ervoor dat een tekst goed leesbaar blijft? De wensen van tekstschrijvers, opdrachtgevers en bezoekers kunnen daarin verschillen. Met het Ministerie van Defensie werd daarnaast gesproken over het belang van historische kennis over het militaire verleden van Nederland in deze tijd.
Sessie 3: Restauratie en presenteren
Tot slot werd verder gepraat over het restaureren en presenteren van militair erfgoed. Welke bouwperiode kies je? Wat doe je met latere toevoegingen en verbouwingen? En hoe ga je om met de verschillende partijen die bij het erfgoed betrokken zijn, zoals historische verenigingen, stichtingen, gemeenten, provincies en Natuurmonumenten? De gesprekken lieten zien hoeveel verschillende perspectieven en uitdagingen daarbij komen kijken.
Een succesvolle dag
De Kennisdag bood zo volop ruimte om kennis te delen, vragen te stellen en met elkaar in gesprek te gaan over de Nederlandse waterlinies.
Hopelijk tot volgend jaar, of tot eerder, ergens in onze waterlinies!
De Kennisdag werd dit jaar georganiseerd door de Alliantie Zuiderwaterlinie, Grebbelinie Bezoekerscentrum, Vereniging Nederlandse Vestingsteden (Oude Hollandse Waterlinie), de Provincie Utrecht (UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies) en Stichting Menno van Coehoorn.
Download hier de slides van de Kennisdag Waterlinies 2026