Tussen twee vuren (1568-1648)

Met de opkomst van de Nederlandse Republiek wordt Brabant gedegradeerd tot generaliteitsland: bestuurd door de Staten-Generaal in Den Haag, zonder enig zelfbestuur. Brabant fungeert nu als buffer tussen het Staatse leger van de Republiek aan de ene en Spanjaarden aan de andere kant. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vechten zij om de heerschappij over de Nederlanden. Hoe wordt deze strijd beleefd in Brabant?

Ten strijde! De Oranjes en Spanjaarden

Het zijn de late middeleeuwen. De eerste vestingsteden verrijzen. Dikke muren moeten de bewoners tegen de vijand beschermen, maar wapens worden krachtiger en de vijand schiet steeds makkelijker over de muren heen. En zo begint water een belangrijke rol te spelen in het vergroten van de verdedigingszone. Zo ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), waarin de protestantse Zeven Verenigde Nederlanden en het katholieke Spanje recht tegenover elkaar stonden.

De rivieren in Brabant vormden de belangrijkste zuidelijke grens van de Republiek. Deze natuurlijk grens werd goed benut in oorlogsvoering, zowel door de Spanjaarden als de Hollanders. In 1582 legt men in West-Brabant de 'Linie van de Eendracht' aan om de Spanjaarden buiten de deur te houden. Hier liggen de oudste wortels van de Zuiderwaterlinie. In 1628 en 1629 experimenteerden Bergen op Zoom en Steenbergen opnieuw met water als verdedigingsmiddel en werd de West Brabantse Waterlinie geboren. Met een sluis en beekjes worden grote stukken land gecoördineerd onder water gezet om de opmars van de Spanjaarden te stoppen. Deze techniek, inundatie, vormt later de basis voor de Nederlandse waterlinies.

Beeld: "De overgave van Breda", Diego Velázquez, 1634. 
Het origineel hangt in het Prado Museum in Madrid, een kopie in het stadshuis van Breda

Verscheurde frontier

Het leven in een grensgebied was onvoorspelbaar. De dorpen en steden langs de zwaar bevochten grens hadden om de haverklap nieuwe overheersers. De ene keer waren ze protestants en in handen van de Staatse troepen van de leiders uit Holland. De andere keer katholiek en Spaans. De inwoners werden heen en weer geslingerd tussen verschillende politieke en religieuze twisten en leden voortdurend onder plunderingen, geweld, honger en het in vuur en vlam zetten van steden. En dat gedurende een periode van 80 jaar!

Ook inundatie had zo zijn gevolgen. Landerijen die onder water werden gezet konden niet gebruikt worden voor vee of landbouw. Daardoor liepen boeren inkomsten mis en konden voedseltekorten bovendien niet worden aangevuld. Een van de plekken die van handen wisselde was ‘s-Hertogenbosch. Waar de meeste steden ervoor kozen om Holland te verdedigen, bleef deze stad aan de kant van de Spaanse koning staan. Onder Spaans bewind was er meer geloofsvrijheid voor katholieke inwoners. Een belangrijke reden om de Spanjaarden te steunen, in plaats van het leger van Oranje.

Beeld: Gravure plundering van een herberg - Jacques Callot